Wolkenkrabber

Een Nederlander, een Engelsman en een Belg zijn samen een wolkenkrabber aan het bouwen. Het is lunchpauze: de Nederlander heeft kaas op zijn brood, de Engelsman heeft jam op zijn brood en de Belg heeft pasta op zijn brood. De volgende dag heeft de Nederlander weer kaas op zijn brood en zegt als ik morgen weer kaas op mijn brood heb spring ik van deze wolkenkrabber. De Engelsman heeft weer jam op zijn brood en zegt als ik morgen weer jam op mijn brood heb dan spring ik van deze wolkenkrabber. De Belg heeft weer pasta op zijn brood en zegt als ik morgen weer pasta op mijn brood heb dan spring ik van deze wolkenkrabber. De Nederlander heeft de volgende dag weer kaas op zijn brood en springt van de wolkenkrabber. De vrouw van de Nederlander zegt huilend: waarom heb ik hem nou kaas mee gegeven. De Engelsman heeft weer jam op zijn brood en springt van de wolkenkrabber. De vrouw van de Engelsman zegt huilend: waarom heb ik hem nou jam mee gegeven. De Belg heeft weer pasta op zijn brood en springt van de wokenkrabber. Zegt de vrouw van de Belg: ik snap er niets van hij smeert altijd zelf zijn brood.