Verdrietig

Jantje ziet een niet zo knappe vrouw huilend op een bankje zitten. Hij krijgt medelijden en loopt naar haar toe. 'Mevrouw, wat is er’, vraagt hij beleefd. 'Niemand ziet me staan’, zegt ze snikkend. Jantje: 'Maar dat is toch logisch mevrouw? U staat namelijk niet!’