De boze wolf

Een inbreker schijnt in het holst van de nacht met zijn zaklamp langs de muren van het huis waar hij heeft ingebroken. Het licht schijnt op de dvd- recorder op het tv-meubel. De inbreker loopt ernaartoe en begint de snoeren uit het apparaat te trekken. Net als hij de recorder in zijn jutezak wil doen, hoort hij een schelle stem roepen: ‘Pas op! Donald Duck en Mickey Mouse letten op je.’ De inbreker schrikt zich rot, schakelt zijn zaklamp uit en wacht in het donker op wat er komen gaat. Na tien minuten doodse stilte schakelt hij de zaklamp weer aan en schijnt de kamer rond. De lichtstraal blijft stilstaan bij de peperdure stereo-installatie. De inbreker sluipt ernaartoe en begint ook hier de snoeren los te maken. Net als hij bijna klaar is, klinkt weer dezelfde schelle stem, maar nu nog veel harder: ‘Pas op! Donald Duck en Mickey Mouse letten op je.’ De inbreker schijnt direct met zijn zaklamp naar de plek waar hij denkt dat de stem vandaan komt en ziet tot zijn opluchting een papegaai in een kooi zitten. ‘Zei jij dat, papegaai?’ vraagt de inbreker. ‘Ja’, zegt de papegaai. ‘Dat was ik, ik heet Boze wolf.’ Zegt de inbreker: ‘Welke idioot noemt zijn papegaai nou Boze wolf?’ Antwoordt de papegaai: ‘Waarschijnlijk dezelfde idioot die zijn rottweilers Donald Duck en Mickey Mouse noemt.’