In de zomervakantie verschijnt Kidsweek om de week.

30 juli ligt er dus geen krant op de mat. Volgende week zijn we er weer!

 

Anneke zegt tegen haar tante: ‘Ik wil nooit een tweeling hebben. Want als ze huilen, zijn het er altijd twee.’ ‘Dat valt wel mee’, zegt haar tante. ‘Meestal huilt de een zo hard dat je de ander niet meer kunt horen!’

Twee oenen fietsen op straat. Zegt de ene oen tegen de andere: 'Heb ik mijn fietssleutel wel meegenomen?'

Johan zegt tegen zijn vriend: ‘Ik kan zonder horloge of klok zien hoe laat het is.’ ‘Hoe dan?’ vraagt zijn vriend. ‘Nou,’ zegt Johan, ‘ik pak mijn trompet en ga boven op het balkon een liedje spelen. Dan komen de bovenburen naar buiten en zeggen: “Hé mafketel, het is vier uur ’s nachts!”’

Er staat een chimpansee onder de douche. Het beest zegt: ‘Oeh, oeh, oeh, oeh!’ Zegt zijn moeder: ‘Neem dan ook niet zulk heet water met te veel chimpanzeep!’

Jantje en vader gaan op vakantie. Jantje neemt de televisie mee. Zegt zijn vader: ‘Hebben we nog iets nodig?’ Zegt Jantje: 'Ja, 150 kilometer verlengsnoer.’

Jantje komt in de supermarkt. Hij vraagt aan de medewerker: 'Hebben jullie ook nog halfvolle melk?' 'Nee,' zegt de medewerker, 'alleen maar volle melk.' Jantje zegt: 'Oh, maar dat is geen probleem. Dan giet ik hem toch half leeg!'

Waarom heeft Jopie de olifant zijn poten geel gemaakt?
Dan valt hij niet op als hij ondersteboven in de vla ligt!
Nog nooit een olifant ondersteboven in de vla zien liggen?
Goeie vermomming, hè!

Jantje komt van school en vertelt: ‘Mama, ik heb vandaag kookles gehad. Maar ik heb in plaats van meel heb ik per ongeluk zeeppoeder in het cakebeslag gedaan.’ Mama vraagt: ‘Oei, werd de juffrouw toen niet erg boos?’ ‘Nou en of’, antwoordt Jantje. ‘Ze stond te schuimbekken van woede.’

Een man komt bij de dokter en zegt: 'Dokter, ik kan niet goed praten.' De dokter pakt een hamer en slaat op de man. De man roept heel hard: 'Aaaaaaaa!' De dokter antwoordt: 'Goed zo! Morgen leren we de B!'

Een man komt op een bruiloft en zegt tegen de ober: ‘Vroeger had ik een hekel aan bruiloften.’ Zegt de ober: ‘Oh, waarom dan?’ ‘Want er kwamen altijd ooms en tante's die me dan een duw gaven en zeiden: "Nu jij hè!" Ze zijn er mee gestopt toen ik hetzelfde deed bij hen op begrafenissen.'

Piet en Ruzie spelen verstoppertje. Ruzie is 'm. Piet duikt achter een politiewagen. De politie zegt: ‘Jongeman, je mag hier niet zitten.’ Piet zegt: ‘Maar anders word ik gebuut!’ Zegt de politie: ‘Wil jij soms ruzie?’ Antwoordt Piet: ‘Nee, Ruzie zoekt mij!’

Pietje komt bij de dokter en zegt: 'Dokter, mijn neus is verstopt!' 'Dan ga je hem toch zoeken!' antwoordt de dokter.

Jantje loopt naar school en komt langs het huis van de burgemeester. Jantje spuugt op zijn raam en de burgemeester komt woedend naar buiten. Hij zegt: 'Hoe zou jouw moeder het vinden als ik op jullie raam spuug?' 'Nou burgemeester, dat zou ze heel knap vinden, want we wonen op de zevende verdieping!

Er komt een man in een restaurant en hij bestelt een biefstuk. Die is zo groot en lekker dat hij besluit de volgende dag terug te gaan om nog een keer zo’n grote biefstuk te bestellen. Wanneer de ober het bord brengt, kijkt de man verbaasd naar de kleine biefstuk. Hij zegt: ‘Gisteren was de biefstuk veel groter.’ Waarop de ober antwoordt: ‘Helaas, de biefstuk was toen niet groter, maar het bord was toen kleiner.’

Twee egels zijn hun moeder kwijt. De ene egel loopt tegen een cactus aan en zegt: ‘Gevonden!’

Carolien: ‘Ik heb vandaag leren schrijven!’ Tynke: ‘Zo, en wat heb je geschreven?’ Carolien: ‘Dat weet ik niet. Ik heb nog niet leren lezen!’

Een vrouw komt thuis en zegt tegen haar man: ‘Peter, ik ben bij de schoonheidssalon geweest!’ De man kijkt op uit zijn boek en vraagt: ‘Waarom ben jij dan niet aan de beurt gekomen?’

Wat is groen, heeft zwarte pitjes en dragen meisjes in het zwembad?

Antwoord

Een bikiwi!

Twee vissen kijken naar buiten. Zegt de ene vis tegen de andere: 'Het regent!' Zegt de andere: 'Gelukkig zitten wij lekker droog!'

Er fietsen twee mannen over de dijk. Opeens zien ze twee bommen. Zegt de een tegen de ander: 'Zullen we ze naar het politiebureau brengen?' 'Dat is goed', zegt de ander. 'Maar wat als er een ontploft?' zegt de een weer. Zegt de andere man: 'Dan zeggen we dat we er eentje hebben gevonden.'

Moppen