Nog meer moppen en raadsels lezen?

Download dan de Kidsweek moppenapp

Twee vleermuizen zitten op een bankje. Zegt de ene vleermuis tegen de ander: ‘Ik heb zin in bloed!’ Even later komt hij terug met een mond vol bloed. ‘Waar heb je dat nou vandaan?’ vraagt de andere vleermuis verbaasd. ‘Zie je die lantaarnpaal?’ antwoordt de ene. ‘Ja? Nou ik dus niet!’

Er zitten twee vliegen op een drol. Dan komt er een wandelaar langs, die per ongeluk in de poep trapt. Zegt de ene vlieg tegen de andere: ‘Gadver, iemand heeft in mijn eten gestaan!’

Twee oenen zitten in de trein. De ene oen pelt een banaan en doet er peper en zout op. Dan gooit hij de banaan uit het raam. Vraagt de andere oen: 'Waarom doe je dat?' Zegt de oen: 'Wie lust er nou banaan met peper en zout?'

Een meisje zit op de stoep voor een huis. Er komt een man voorbij en hij vraagt aan het meisje: 'Is je moeder thuis?' Antwoordt het meisje: 'Ja, meneer.' De man belt aan, maar niemand doet open. De man zegt tegen het meisje: 'Je zei toch dat je moeder thuis was?' 'Ja, dat klopt meneer', antwoordt het meisje weer. 'Maar ik woon een straat verderop!'

Tas

Leraar: 'Wie de volgende vraag goed beantwoordt, mag naar huis.' Meteen gooit een leerling zijn tas uit het raam. 'Wie deed dat?' wil de leraar weten. 'Dat was ik', zegt de leerling. 'Doei!!!'

Er staat een mevrouw uit Zweden op straat. Sam vraagt aan Moos: 'Zweedse?' Antwoordt Moos: 'Alleen een beetje onder haar armen!'

Daan en Yannick zijn een eindje aan het fietsen. Halverwege stapt Daan af en laat zijn banden leeg lopen. ‘Waarom doe je dat nou?’ vraagt Yannick. Waarop Daan antwoordt: ‘Mijn zadel stond te hoog.’

Geert is aan het voetballen en vraagt aan de scheidsrechter: ‘Hoeveel staat het?’ De scheidsrechter zegt: ’Het is 0-0’. Vraagt Geert: ‘Voor wie?’

Wat is het toppunt van netheid?

Antwoord

Met mes en vork uit je neus eten.

Welke schop doet geen pijn?

Antwoord

Die van een herrieschopper.

Een priester komt in een woestijn en wil een kameel huren. De verhuurder zegt: 'Als je "poeh poeh" zegt, gaat de kameel rijden. Als je "poeh" zegt, gaat-ie harder rijden en als je "amen" zegt dan stopt het dier.' 'Oké', zegt de priester. Hij gaat op de kameel zitten en zegt: 'Poeh poeh'. Even later zegt de priester 'poeh' en de kameel gaat harder lopen. Dan ziet de priester in de verte een ravijn opdoemen. Maar hij is vergeten hoe je de kameel stopt. Hij doet nog een laatste schietgebedje en eindigt met amen. De kameel stopt één centimeter voor het ravijn. Dan zegt de priester: 'Poeh poeh, dat was op het nippertje!'

Een oen loopt over een brug. Het is net 12 uur 's middags. Hij eet zijn brood maar half op en dan gooit hij de rest naar beneden. Een man die net voorbij loopt, krijgt het brood op zijn hoofd. Hij vraagt: 'Was dat met opzet?' Zegt de oen: 'Nee, met jam!'

Verliefd zijn is zoiets als in je broek plassen. Iedereen ziet het aan je, maar alleen jij hebt dat warme gevoel.

Waarom drinken muizen nooit alcohol?

Antwoord

Omdat ze bang zijn voor de kater!

Een man gaat na een potje voetbal de kleedkamer in. Plotseling gaat ergens een telefoon. De man neemt op. ‘Mag ik een auto van achtduizend euro kopen?’ vraagt een vrouwenstem. ‘Ja hoor’, antwoordt de man. ‘Mag ik dan ook een fiets van achthonderd euro kopen?’ vraagt de vrouwenstem. ‘Natuurlijk’, antwoordt de man. Dan hangen ze op en vraagt de man: ‘Van wie is deze telefoon eigenlijk?’

In een kamer ligt een dode man. De kamer heeft vier muren: een paarse muur, een rode muur, een gele muur en een blauwe muur. Het plafond is groen en de vloer is zwart. Wat klopt hier niet?

Antwoord

Zijn hart.

Twee augurken zitten in een pot. Zegt de ene augurk tegen de andere: 'Nu wil ik bij het raam zitten!'

De meester vraagt aan Jantje: ‘Kun jij een uitgestorven dier noemen?’ Jantje: ‘Ja hoor, de kanarie.’ Vraagt de meester verbaasd: ‘De kanarie? Die is toch helemaal niet uitgestorven?’ Jantje: ‘Jawel hoor, de kat van de buren heeft hem gisteren opgegeten!’

Een man heeft twee keuzes: of hij neemt een taxi of hij neemt de bus. Als hij de taxi neemt, is er niks aan de hand. Als hij de bus neemt, heeft hij twee keuzes: of hij gaat naast een man zitten of hij gaat naast een vrouw zitten. Als hij naast een man gaat zitten, is er niks aan de hand. Als hij naast een vrouw gaat zitten, heeft hij twee keuzes: of hij wordt verliefd of hij wordt niet verliefd. Als hij niet verliefd wordt, is er niks aan de hand. Als hij wel verliefd wordt, heeft hij twee keuzes: of hij wil een kind of hij wil geen kind. Als hij geen kind wil, is er niks aan de hand. Als hij wel een kind wil, heeft hij twee keuzes: of het kind gaat naar school of het kind gaat niet naar school. Als het kind niet naar school gaat, is er niks aan de hand. Als het kind wel naar school gaat, heeft hij twee keuzes: of hij haalt goede cijfers of hij haalt slechte cijfers. Als hij goede cijfers haalt, is er niks aan de hand. Als hij slechte cijfers haalt, heeft hij twee keuzes: of hij moet gaan schoonmaken of hij moet het leger in. Als hij gaat schoonmaken, is er niks aan de hand. Als hij het leger in moet, heeft hij twee keuzes: of hij sneuvelt wel of hij sneuvelt niet. Als hij niet sneuvelt, is er niks aan de hand. Als hij wel sneuvelt, weet de man dat hij beter de taxi had kunnen nemen.

Waarom kijkt een molenaar door het raam?

Antwoord

Omdat hij door de muur niks ziet.

Moppen