Nog meer moppen tappen? Download dan de Kidsweek Moppenapp! 
Stem hier op de mop van de week.

 

Een man komt bij een restaurant en ziet een bordje staan met de tekst: 'In dit restaurant wordt Nederlands, Engels, Deens, Frans, Italiaans, Turks en Duits gesproken.’ De man loopt naar binnen en vraagt aan de ober: ‘Dat zijn veel talen! Wie spreekt die allemaal?' Antwoordt de ober: ‘De gasten, meneer!’

Nat

Jantje komt heel laat en helemaal kletsnat thuis. Zijn moeder vraagt: ‘Waarom ben je zo laat?’ Jantje: ‘Nou, we speelden vadertje en moedertje en we gingen de hond uitlaten.’ ‘En hoe kom je dan zo nat?’ wil zijn moeder weten. Jantje: ‘Ik was de boom!’

Eng

Carlijn is alleen thuis. Plotseling gaat de telefoon en Carlijn neemt op. Een stem zegt: ‘Ik ben de man met de bloedende hand en ik sta drie straten van je verwijderd.’ Carlijn wordt bang en legt de telefoon snel neer. Even later gaat de telefoon weer. Zij hoort dezelfde stem zeggen: ‘Ik ben de man met de bloedende hand en ik sta twee straten van je verwijderd.’ Carlijn hangt weer gauw op. Een paar minuten later gaat de telefoon weer. Carlijn durft eerst niet op te nemen, maar doet het dan toch. Weer hoort ze dezelfde stem die zegt: ‘k ben de man met de bloedende hand en ik sta een straat van je verwijderd.’ Carlijn legt weer neer en besluit de rest van de dag de telefoon niet meer op te nemen. Dan gaat de deurbel. Carlijn doet open en ziet een man staan die zegt: ‘Ik ben de man met de bloedende hand. Mag ik een pleister?’

Carlijn moet op school leren rekenen. De meester zegt: ‘Carlijn, als ik vier eieren in een mandje leg en jij legt er drie eieren bij. Hoeveel liggen er dan?’ Carlijn denkt even na en zegt dan: ‘Nog steeds vier, want ik kan geen eieren leggen!’

Er komt een man bij de dokter. Hij laat een briefje zien waarop staat: ‘Help, ik kan niet praten!’ De dokter denkt even na. Dan zegt hij: ‘Leg uw hand maar hier op tafel.’ Dat doet de man. De dokter pakt een grote hamer en slaat daarmee op de hand van de man. ‘Aah!’, roept de man. Dan zegt de dokter: ‘Goed zo, morgen leren we de B!’

Een dief staat voor de rechter. Die vraagt hem: ‘Ik zie hier dat u niet alleen geld, maar ook horloges en juwelen hebt gestolen, klopt dat?’ ‘Jazeker’, zegt de dief. ‘Mijn vader zei altijd: van geld alleen word je niet gelukkig!’

Je kunt het eten, maar het kan ook ontploffen. Rara wat is dit? 

Antwoord

Bamburgers en knalworstjes!

Wat is het toppunt van lef? 

Antwoord

Een baksteen door het raam van het politiebureau gooien en dan de baksteen terug gaan vragen!

Twee skeletten zitten in een café. Zegt het ene skelet tegen de ober: 'Doe mij maar een cola.' Zegt het andere skelet: 'En doe er ook maar een dweiltje bij!'

Waarom heeft een zebra strepen?

Antwoord

Omdat de stippen uitverkocht waren!

Ken je die mop van de mummie?

Antwoord

Ingewikkeld, hé!

Wat is heel groot en weegt niets?

Antwoord

De schaduw van een olifant!

Wat is zwart-wit gevlekt en zweeft door de ruimte?

Antwoord

Een koemeet.

Lara en Sem staan bij de roltrap. ‘Schiet toch eens op!’ zegt Lara. ‘Nee’, antwoordt Sem. ‘Mijn kauwgom is gevallen en ik wacht tot het weer terugkomt.’

Jantje zit in de klas en zegt: 'Broemm broem...' Juf zegt: 'Jantje, stop daar eens mee!' Jantje: 'Broem broem...' Juf: 'Jantje, als je dat nog een keer doet dan moet je naar de gang!' Tijdje later... 'Broem broem broemm broemmm', zegt Jantje. Juf: 'Jantje, ik ben er klaar mee! Ga nu naar de gang!' 'Sorry,' zegt Jantje, 'mijn benzine is op!'

Piet en Ruzie spelen verstoppertje. Ruzie is 'm. Piet duikt achter een politiewagen. De politie zegt: ‘Jongeman, je mag hier niet zitten.’ Piet zegt: ‘Maar anders word ik gebuut!’ Zegt de politie: ‘Wil jij soms ruzie?’ Antwoordt Piet: ‘Nee, Ruzie zoekt mij!’

Hoe maak je een oen gek? 

Antwoord

Zet hem in een ronde kamer en zeg tegen hem: 'In elke hoek ligt een snoepje!'

Meneer Kuier belt de dokter en zegt: 'Met meneer Kuier.' 'Wat?' vraagt de dokter. 'Met meneer Kuier!' 'Wat? Met meneer Kuier?' 'Ja, de k van de koe en de rest hangt eronder.'

Er staan twee oenen voor het stoplicht. Zegt de ene oen tegen de andere: 'Het is groen.' Zegt de andere oen: 'Ehh... een kikker?'

Er lopen twee zebra’s op straat. De ene zebra zegt tegen de andere: ‘Kom, we steken hier over.’ Zegt de andere zebra: ‘Nee, ik wil geen zebrapad worden.’

Moppen