Poortraadsel

Er is een poort en bij die poort hoort ook een poortwachter. Als je erdoorheen wilt, zegt de poortwachter een getal. Jij moet een getal terug zeggen en als het getal goed is mag je er doorheen. Lyn wil ook door de poort. De poortwachter zegt: ‘Acht’. Lyn zegt terug : ‘Vier’. Zij mag er doorheen. Otto wil er ook doorheen. De poortwachter zegt : ‘Twaalf”. Otto zegt terug: ‘Zes’. Hij mag er doorheen. Timo wil er ook doorheen. De poortwachter zegt : ‘Elf’. Wat moet Timo terugzeggen? 

Antwoord: 

Drie, het aantal letters van het getal.