Tomaten

Moeder 1: ‘Hoe gaat het met je zoon?’ 
Moeder 2: ‘Hij zit een week in de gevangenis.’
Moeder 1: ‘In de gevangenis? Waarom?’
Moeder 2: ‘Hij heeft tomaten op de auto van de buurman gegooid.’
Moeder 1: ‘Tomaten? Maar dat is toch geen reden om iemand gevangen te zetten?’
Moeder 2: ‘Jawel, want ze zaten nog in blik!’