Zo kweek je zelfvertrouwen bij je kind. Foto: Shutterstock
Voor ouders

5x zo kweek je zelfvertrouwen bij je kind

DEEL DIT ARTIKEL Facebook
Judie Jaspers
Judie
Jaspers

Zichzelf de moeite waard vinden en nieuwe dingen durven ondernemen. Kinderen die genoeg zelfvertrouwen hebben, geloven in wat ze kunnen en hebben een goed gevoel over zichzelf. Maar wat als je kind dat niet heeft? Kidsweek stelde vijf vragen over zelfvertrouwen bij kinderen aan kinderpsycholoog Tischa Neve. 'Ik zie vaak dat we onze kinderen overvragen.'

1. Hoe herken je een laag zelfbeeld?

Tischa Neve, kinderpsycholoog en auteur van het boek 'Leuker en makkelijker opvoeden': ‘Als je kind niet happy oogt, en hij zichzelf vaak omlaag haalt, door bijvoorbeeld te zeggen: “dat kan ik toch nooit” of “ik ben nergens goed in”, weet je dat dat wat minder goed zit. Ook kan het gebeuren dat kinderen daardoor bepaalde dingen uit de weg gaan. Bijvoorbeeld afspreken met vriendjes of bepaalde uitdagingen met sport. Bij veel kinderen uit dit zich in bepaalde gebieden. Zo zijn er die zich niet fijn voelen op school maar opbloeien tijdens sport- of muziekles.

2. Hoeveel invloed kan je als ouder hebben op het zelfbeeld van je kind?

‘Het is moeilijk wetenschappelijk te onderzoeken, maar we denken dat er van nature onzekerdere mensen zijn, die bepaalde genen hebben meegekregen. We weten ook dat omgevingsfactoren een heel belangrijke invloed hebben. De ervaringen die je hebt, zeker in je jongste jaren. Als ouder kun je er niet voor zorgen dat je kind een geweldig zelfvertrouwen krijgt als ie dat van nature niet heeft. Maar je kunt het aanwezige zelfvertrouwen wel maken of breken.’

3. Wat kan je als ouder doen om je kind daarbij te helpen?

‘Zorg voor een goeie basis. Liefde, aandacht, gezond eten, genoeg slaap. Dat zorgt ervoor dat ze lekker functioneren, en dat zorgt er weer voor dat ze positieve ervaringen in de buitenwereld opdoen.
Ook heel belangrijk: accepteer je kind met alles wat bij hem hoort. Oók als je kind pittig gedrag vertoont, of minder goed kan sporten of leren dan jij had gehoopt. Ik zie vaak dat we onze kinderen overvragen. We proberen ze op een hoger niveau te krijgen met de beste bedoelingen, maar daarmee krijgen ze niet het gevoel dat ze goed genoeg zijn zoals ze zijn. Geef ze van huis uit mee: het is allemaal oké. Dat klinkt heel vanzelfsprekend, maar toch is het een grote valkuil.

Kijk ook goed naar wat je zelf uitstraalt. Welk voorbeeld geef ik aan mijn kind? Hoe praat ik over mezelf en over anderen? Als je jezelf vaak omlaag haalt, jezelf te dik vindt of niet geslaagd in het leven, dan krijgen ze dat mee. Ze leren het meest van wat we doén en minder van wat we zeggen.’

4. Complimenteren: goed idee of niet?

'Heel belangrijk is dat juist dat we kinderen die dat erg nodig hebben, juist niet de hele tijd gaan vertellen hoe goed of knap ze zijn. Wat wel werkt is de complimenten geven op het proces, in plaats van op het eindresultaat. En dat je het richt op het gedrag in plaats van de persoon. Dus niet: wat ben je toch slim of een talent, maar juist: wat je doét is knap, wat heb je doorgezet of goed geoefend. Of: “Gelukt!” in plaats van de hele tijd: “Goedzo!”.

Zo ervaren kinderen minder druk. Ze leren vertrouwen op: dit is de weg en doe ik dat vaker, dan heeft dat zin. Zo van: ik heb hard gewerkt en kijk nou eens naar het resultaat: ik heb een voldoende gehaald! Onzekere kinderen kunnen de lat veel te hoog leggen door teveel hallelujah, of afhankelijk worden van complimentjes. Maar jij bent er niet de hele dag om die te geven. Én het voorkomt een misplaatst gevoel van iets fantastisch kunnen.

En vraag vooral ook hoé iets is gelukt. Bijvoorbeeld: "Wauw je hebt een doelpunt gescoord, wat ging eraan vooraf?" Zo leren ze na te denken over een goeie strategie die in de toekomst weer van pas kan komen.'

5. Mijn kind is zo bang om iets fout te doen op school, dat hij niet aan iets nieuws durft te beginnen. Wat kan ik doen?

'Fouten maken mag. Sterker nog: het is een cadeautje, want daar kun je veel van leren. Dat kun je je kind meegeven. Haalt een kind een slecht cijfer, reken hem er dan niet op af, maar leer hem nadenken over wat hij daarvan kan opsteken. Zeg: ‘Hee dit is een mooi leermomentje, wat zou je anders kunnen doen de volgende keer?’ En houd jezelf ook hier weer een spiegel voor. Doe je zelf iets verkeerd, roep dan niet: “Och wat ben ik een sukkel”, maar: “Oh, dat was niet zo handig, dat weet ik dan voor de volgende keer.”'

Anderen lazen ook: Zo houd je het leuk in de klassenappgroep

Altijd op de hoogte blijven van nieuwtjes die voor kinderen interessant zijn? Volg ons via Facebook, Instagram of WhatsApp of neem een proefabonnement op de krant!

DEEL DIT ARTIKEL Facebook